Schrijf je in op onze nieuwsbrief.



newsletter

anouk vilain | art gallery | Exhibitions anouk vilain | art gallery | Michel Mouffe

Michel Mouffe

Last Balls

 

Op een dag gaf een bevriend schilder mij een aquarel: dit kunstwerk toonde een zin, typografisch voorgesteld, met penseel geschreven, en zodanig vergroot dat het volledig blad in beslag genomen was. De tekst luidde als volgt: “Chinezen beschouwen de schilderkunst als enige kunst, het overige, hoe perfect ook, is maar ambachtswerk.”
 
Meer nog dan me hierbij aan te sluiten is mij een bepaald verschil tussen schilderkunst en de andere kunsten duidelijk geworden.
 
Enkel schilderkunst wordt in één oogopslag waargenomen, in haar totaliteit. Haar aanwezigheid ageert in het “nu” en in het “hier” van diegene die haar bekijkt. Zonder zich te onderwerpen aan het hangend verleden van de fotografische “clic”, buiten de vloed van de 24 beelden per seconde van een verhaal, zonder het noodzakelijk dwalen omheen een standbeeld en zonder het moment te kennen van de performance en het toneelstuk die van een begin naar een einde geprogrammeerd zijn.
 
Een schilderwerk bestaat tegelijkertijd met haar verschijning. Het is haar oorspronkelijke en unieke zijn, enig onder alle kunsten. Uniek zijn dat zich al dan niet ver strekt naargelang de kwaliteit van het oppervlak; wanneer het schilderij kunstwerk wordt.
 
Frank Stella verkondigde een gelijkaardige gedachte toen hij Ted Williams, een baseballster, aanwees als het beste oog van de twintigste eeuw. “Met zulk een snelheid zien dat de vage vorm van die witte vlek (de bal) kan exploderen in puur contact, pure gelijktijdigheid, puur optisch motief...” concludeerde de kunstcriticus Rosalind Krauss.*
 
Die anekdote van het beste oog was de aanleiding voor het werk over het zicht, aangegaan met de “Balls”, een serie die hier eindigt in het begrip van de tijd eigen aan het tweedimensionele.
 
Tijd met facetten, weliswaar: door de flirt die mijn schilderijen aangaan tussen hun breuklijn, hun zacht volume en sculptuur; vanuit de tientallen lagen die de schilderoppervlakte vormen, komt naargelang de invalshoeken en het licht een zekere kleur, een penseelstreek, een bepaalde laag tevoorschijn.
 
De laatste doeken werden ontwikkeld op basis van tot toen ongebruikte kleuren en penselen. De gebogen metalen lijnen, herinnerend aan de baseballbal, verplaatsen zich in nieuwe vormen en kronkelwegen, bergen en dalen.
 
Ik stel me die schilderijen voor, ben reeds in hun toekomst. Ik bespeur hun bijzonderheden, terwijl de volgende gedachte mij steeds meer opwindt: “om te gaan waar men niet weet, moet men gaan langs waar men niet weet”.**
 
Michel Mouffe, augustus 2007
 
* “L’inconscient optique”, Uitg. Au Même Temps, Parijs, 2002
** Saint Augustin

Duration

29/09/2007 - 28/10/2007